Ik herinner het me als de dag van gisteren, al is het 30 jaar geleden. Ik stapte mijn plaatselijk bankfiliaal in Molenbeek binnen om aan het loket 500 frank af te halen. De loketbediende keek mij vol trots aan en zei: “wij hebben nu een bancontactautomaat aan de ingang. Daar kan je rechtstreeks geld afhalen”. Mijn reactie: “Dat weet ik. Maar als ik dat ding gebruik, ben jij straks je job kwijt”. De blik vol onbegrip in haar ogen staat me vandaag nog steeds helder voor de geest.
Vandaag zijn we 30 jaar verder. Het hoogtepunt van de bancontactautomaten is ondertussen voorbij. In die mate dat we ons moeten afvragen, of we als maatschappij de banken niet een beetje te veel vrijheid hebben gegeven. Het aantal bankkantoren in Oost-Vlaanderen daalde op vijf jaar tijd met 37 procent. Dat blijkt uit cijfers die Anja Vanrobaeys (Vooruit) opvroeg bij federaal minister van Economie Pierre-Yves Dermagne (PS). Een jaar geleden verdwenen het laatste bankkantoor en de laatste bankautomaat uit Oordegem, een deelgemeente met toch meer dan 3.000 inwoners. Mensen uit Oordegem moeten nu +/- 8 kilometer rijden om een bancontact te vinden. De inwoners van Impe, Papegem, Smetlede en Wanzele kennen dat fenomeen al langer.
Een bizarre evolutie. Zeker als je bekijkt welke inspanningen de verschillende overheden in 2008 leverden om een aantal banken te ondersteunen tijdens de bankencrisis, en nog meer wanneer je de evolutie bekijkt van de kosten die je als individu jaarlijks betaalt om van de diensten van een bank gebruik te ‘mogen’ maken.
De laatste uitvinding van het verenigd bankenfront is Batopin, een samenwerkingsverband tussen Belfius, BNP Paribas Fortis, ING en KBC. Batopin bereikte een akkoord (*) met de Belgische overheid om een netwerk van bereikbare neutrale bankautomaten over het hele grondgebied te verspreiden. Zo’n nobel streven doet mijn hart smelten, … of toch bijna. Wanneer de overheid over ‘hervormingen’ in het onderwijs spreekt, is dat een vorm van newspeak die eigenlijk ‘besparing’ betekent. Waarom zou dat in de privé anders zijn?
In Lede hebben we nu een Batopinpunt, in de ruimte waar je vroeger bij Lichtidee lampen kon kopen. De ruimte is vaak goed gevuld. Zeker op dinsdag tijdens de markt staan de mensen aan te schuiven. Batopin was immers een goede reden voor de plaatselijke filialen van BNP, ING en KBC om hun eigen automaat te sluiten. Cash halen in het centrum van Lede is moeilijker dan vroeger. En het wordt duidelijk dat heel het Batopinproject niks meer is dan een platte besparingsoperatie van de grootbanken.
Ik ben een links-liberaal. Een behoorlijk linkse eigenlijk. Het eigen initiatief is en blijft voor mij essentieel. Maar het is en blijft de taak van de overheid om voor evenwicht te zorgen. De overheid moet de individuele burger beschermen tegen fratsen van de grootindustrie en de grootbanken.
Om het met Melissa Depraetere (Vooruit) te zeggen: “De tijd van afspraken maken en goede intenties is voorbij. Laat ons maar de taal spreken die banken goed kennen: die van het geld. Met financiële sancties wanneer banken hun dienstverlening blijven afbouwen. Als het aanbieden van basisbankdiensten goedkoper wordt dan het afbouwen van dienstverlening, dan volgen banken vanzelf wel. Dat is simpele economische logica”.
Daarom steun ik haar wetsvoorstel (**) ten volle.
(*) een akkoord waar onder meer test-aankoop niet vrolijk van wordt: https://www.plusmagazine.be/nl/recht-en-geld/akkoord-over-geldautomaten-verre-van-toereikend/
(**) het wetsvoorstel: https://www.dekamer.be/doc/FLWB/pdf/55/3126/55K3126001.pdf